hero-image

Werkplaatsverslag – Wie zorgt er voor de mantelzorger?


Aanvang werkplaats ‘Wie zorgt er voor de mantelzorger?’ met Bianca Suanet

Laura Vermeulen opent de bijeenkomst en kondigt onderzoekers Bianca Suanet en Marjolein Broese van Groenou aan. Bianca Suanet geeft een presentatie over de belangrijkste bevindingen van het rapport naar mantelzorgondersteuning. In het rapport zijn vier dilemma’s ten aanzien van mantelzorgondersteuning geïdentificeerd. In eerste plaats betreft dit dat onder mantelzorgers mantelzorgondersteuning nog steeds niet goed bekend is en dat men de weg naar de juiste instanties niet weet te vinden. Ten tweede zijn er verschillende redenen waarom mantelzorgers, ondanks dat ze wel weten van mantelzorgondersteuning, het niet aanvragen en/of gebruiken. Van groot belang hierbij is dat men zichzelf niet als mantelzorger ziet en dat men het gevoel heeft dat men de mantelzorg moet geven uit liefde of normatieve verwachtingen waarbij hulp vragen ongepast lijkt. Ten derde lijken er moeilijkheden in de samenwerking tussen professionals en mantelzorgers te zijn.  Mantelzorgers vinden dat professionals soms te weinig naar hun belangen kijken en teveel naar die van de hulpbehoevende. Professionals vinden soms dat ze onvoldoende geschoold zijn om met mantelzorgers om te gaan en zien daar ook geen mogelijkheden toe in hun huidige takenpakket. Ten vierde bleek dat mantelzorgers de wens hebben voor een betere relatie met de hulpbehoevende, los van het zorg geven. Dit suggereert dat mantelzorgondersteuning zich gedeeltelijk ook zou kunnen richten op het aanbieden van mogelijkheden om de relatie te verbeteren, en niet alleen op zorg. Daarna begint het groepsgesprek met de vraag wat op dit moment als mantelzorgondersteuning wordt aangeboden, vanuit het perspectief van de organisatie (voor de professional) en de mantelzorger. Hieruit komen onder andere naar voren: vrijwillige inzet voor respijtzorg, cliënt ondersteuning, psychosociale ondersteuning, individuele coaching, familiegesprekken en vraagverheldering.

Vervolgens gaat het gesprek over knelpunten in het aanbieden van mantelzorgondersteuning. Onderstaande onderwerpen zijn hierbij aan bod gekomen:

  • Registratie van mantelzorgers ontbreekt; niet mogelijk o.a. door techniek en de privacywet
  • De opkomst van oudere mantelzorgers als nieuwe groep mantelzorgers; aanbod moet worden aangepast om deze nieuwe groep te bedienen
  • Belang van meer doorverwijzen door professionals naar mantelzorgondersteuning; opnemen in takenpakket
  • Beeldvorming: men ziet zichzelf niet als mantelzorger, meer bewustzijn creëren nodig, bijvoorbeeld door mediacampagnes
  • Belang van het doorbreken van schotten in financiering, en meer samenwerking tussen professionals in Wmo en Zvw domein.

De consensus in de groep is dat het van belang is dat iemand verantwoordelijk wordt gemaakt voor het aanbieden van de mantelzorgondersteuning. Er komen verschillende opties om mantelzorgondersteuning structureel aandacht te geven:

  • Via keukentafelgesprek
  • Via cliënt
  • Via werk en scholen

Na de pauze is er een korte introductie over onderhandelen. Hierin staat centraal dat in het zorgproces er vaak meerdere en soms tegenstrijdige belangen zijn bij verschillende actoren (o.a. de mantelzorger, de hulpbehoevende, de wijkverpleegkundige etc.). Uit het onderzoek is gebleken dat mantelzorgers vaak de neiging hebben om toe te geven qua belangen aan de hulpbehoevende, en dat veel mantelzorgers aangeven dat er geen gecoördineerde communicatie over de zorgsituatie tussen de verschillende actoren is. Vanuit het wetenschappelijk perspectief over onderhandelen wordt duidelijk dat betere uitkomsten kunnen worden bereikt als verschillende partijen meer van elkaar weten wat elkaar belangen en ideeën zijn, en gezamenlijk in overleg gaan. Daarna is men in twee groepen aan de slag gegaan met een casus de Heer Dieteren, die na een valincident veel hulp nodig heeft maar het liefst zelfstandig wil blijven wonen. In beide groepen waren vijf rollen (client, mantelzorgende dochter, niet-zorgende dochter, verzorgende, wijkverpleegkundige). Uit het overleg binnen de twee groepen kwamen zeer verschillende oplossingen. In de eerste groep had de Heer Dieteren uiteindelijk het gevoel geen keus meer te hebben om dan naar een zorghotel te gaan, ook omdat zijn dochter Suzanne er uiteindelijk mee akkoord mee ging en de wijkverpleegkundige dat aanraadde. In de tweede groep bleef de Heer van Dieteren thuis wonen met extra zorg, omdat de wijkverpleegkundige consensus creëerde onder de andere actoren voor die oplossing. In beide gevallen viel het op dat de rol van de wijkverpleegkundige erg doorslaggevend was, hetgeen het belang van coördinatie benadrukt.

Uit het rondgesprek over de cases kwamen enige voordelen en voorwaarden voor een goede onderhandeling naar voren:

  • Professionele moderator nodig; niet een familielid de coördinerende rol laten nemen
  • Meer informatie beschikbaar als je met meerdere betrokkenen tegelijk overlegt à betere uitkomst
  • Emoties verdwijnen bij onderhandelen meer naar de achtergrond; ratio wordt belangrijker
  • Goed gevoel van het samen tot een besluit komen
  • Uitkijken dat de mening van de cliënt niet ondergesneeuwd raakt, aangezien er zoveel andere actoren bij betrokken zijn.

Laura Vermeulen en Marjolein Broese van Groenou sluiten de bijeenkomst af. Meer informatie over de studies die deze avond aan bod kwamen vindt u hier en hier.

Wij bedanken alle betrokkenen voor hun aanwezigheid en bijdragen! Wilt u op de hoogte blijven van de onderzoeken die we deze avond bespraken en van toekomstige werkplaatsen over het thema mantelzorg? Stuur dan een e-mail naar b.a.suanet@vu.nl en naar laura@bensajetcentrum.nl