ouder koppel op straat
ouder koppel op straat

Zorgvriendelijke stad

Burgerschap, beleid en de toekomst van zorg

We hebben het vaak over de ‘smart city’ of de ‘creative city’, de stad als bron voor economische bloei.

Maar is het niet net zo belangrijk om te streven naar een zorgvriendelijke stad? Een stad waarin burgerschap centraal staat, oftewel meedoen; zoveel als mogelijk is. Zowel voor degenen die zorg nodig hebben als voor mensen die zorgen geven. Een zorgvriendelijke stad biedt dus kansen voor kwetsbare ouderen, mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking of psychische problemen én voor mensen die (voor hen) willen zorgen. Zoals mantelzorgers of een buurtgenoot. Zorginstellingen hebben een belangrijke rol in de zorgvriendelijke stad, maar zij kunnen het niet alleen. Werkgevers zijn ook belangrijk, net als woningcorporaties, horeca, het openbaar vervoer en technologieontwikkelaars. Alleen samen kan de stad haar zorgvriendelijkheid behouden, of zelfs uitbreiden.

Het doel van het programma

Dit toekomstgerichte programma is erop gericht om lokaal stedelijk beleid en lokale ‘partners’ te inspireren vanuit wetenschap en praktijk. De kernvraag van het programma is: hoe kan in de stad beter, samenhangender, en toekomstgerichter beleid gemaakt worden met het oog op een zorgvriendelijke stad?

Het programma focust op de rol van de stedelijke omgeving in het mogelijk maken of juist minder nodig maken van zorgen voor elkaar: de gebouwde omgeving, sociale netwerken, technologie, het bedrijfsleven, beleid en de bredere samenhang tussen stad en mensen in kwetsbare situaties.

Het programma Zorgvriendelijke Stad wil een vliegwiel van innovatie zijn, aanjager van vernieuwing die door anderen wordt overgenomen, input leveren voor overheidsbeleid; knopen in wet- en regelgeving ontwarren en aanbevelingen doen voor flankerend beleid zoals ruimtelijke ordening, sociaal beleid, huisvesting, en bedrijfsleven.

Dit programma heeft ook een ‘paraplufunctie’ voor de vier zorginhoudelijke programma’s. Het programma wordt inhoudelijk geleid door prof. dr. Monique Kremer (UvA) en dr. Fleur Thomese (VU). Zij willen het programma vormgeven door onderzoek te doen en – samen met relevante praktijkpartners – concrete verbeteringsvoorstellen te ontwikkelen. Geertje Henrichs (programmamanager) bouwt aan een stedelijk netwerk en maakt samenwerking mogelijk.

Zorg voor elkaar

‘Zorg voor jezelf’, ‘eigen kracht’ en ‘participatie’. Dat zijn de uitgangspunten van het nieuwe (zorg)beleid van de rijksoverheid. Maar hoe zit het met de zorg voor elkaar? De zorg voor de ander in je (directe) omgeving, in de buurt, in de stad. Wat zijn belangrijke schakels, wanneer woon je werkelijk in een zorgvriendelijke buurt? Kan de stad een zorgvriendelijke omgeving zijn?

Een zorgvriendelijke stad of buurt is sociaal samenhangend, faciliterend, preventief, professioneel én informeel (civil society) en ‘op maat’. Hierover gaat dit programma zorgvriendelijke stad: over de bredere samenhang tussen de stad en kwetsbare mensen. Welke rol speelt de lokale overheid, de buurt, de gebouwde omgeving, de technologie, het bedrijfsleven? In hoeverre is het flankerend beleid – bijvoorbeeld op het gebied van ruimtelijke ordening, huisvesting, mobiliteit en veiligheid – werkelijk ondersteunend voor een zorgvriendelijke omgeving? Welke rol spelen de andere bewoners van de stad? Een zorgvrien-delijke stad kan niet zonder sociale ondernemers, woningcorporaties, stadsplanners en wijkagenten.

Dit toekomstgerichte programma is erop gericht om lokaal, stedelijk beleid en lokale ‘partners’ te inspireren vanuit wetenschap en praktijk. De kernvraag daarbij is: hoe kan in de stad beter, samenhangender en toekomstgerichter beleid gemaakt worden met het oog op een zorgvriendelijke stad.

De zorgvriendelijke stad: belemmeringen en kansen

De creative city, de smart city, de slow city, de just city, de inclusive city: van de stad wordt veel verwacht. Zeker nu met de decentralisaties de verzorgingsstaat is getransformeerd naar een verzorgingsstad. Toch gaat het nog te weinig over de zorgkant van de stad. Hoe kan een grote stad haar zorgvriendelijkheid behouden en vergroten?

Voor elkaar zorgen staat in de stad op allerlei manieren onder druk. Het aandeel alleenstaanden neemt snel toe, toenemende etnische diversiteit kan leiden tot minder nabijheid, en omdat mensen ook steeds meer betaald moeten en willen werken is er niet altijd tijd om te zorgen. Ook stedelingen willen over het algemeen best voor elkaar zorgen, zeker als het niet verplicht wordt gesteld, en als de last niet te veel wordt, maar hoe zorgen we dat het ‘altruïstisch potentieel’ aangeboord kan worden? Komen mensen elkaar wel voldoende tegen in de straat en in de wijk? Kunnen technologische middelen helpen om voor elkaar te zorgen? Hoe zorgen we dat mensen voor elkaar zorgen?

Dat kan niet zonder dat ook de professionele zorg in de stad op orde is. Mensen zorgen meer voor elkaar als ook zorgverleners helpen. Wat zijn goede manieren om onderlinge verbintenissen te begeleiden en te verlichten? ouder echtpaar AmsterdamNaast professionele zorg hebben mensen tenslotte ook zorg nodig van andere ‘partijen’ in de stedelijke context, zoals een goede werkgever die ruimte biedt aan mensen die zich minder voorspelbaar gedragen, of aan winkels die de kassière ruimte geven om zorgzaam te zijn of een transportbedrijf dat de buschauffeur of conducteur ook afrekent op behulpzaamheid. Dat vraagt niet enkel om een softe morele oproep tot zorgzaamheid maar om daadwerkelijke, ‘harde’ veranderingen in beleid en interventies.

Zorg, tenslotte, moet in dit programma breed worden opgevat: het gaat niet alleen over kwetsbare ouderen, maar ook over mensen (ook kinderen) met een lichamelijke of verstandelijke beperking, of met psychische problemen. Een zorgvriendelijke stad streeft naar burgerschap. Mensen dienen, zover mogelijk, in staat worden gesteld mee te doen in de samenleving, ook door (vrijwilligers) werk of door zorg te geven.

Wat gaan we doen? 

Voor de komende twee jaar (2017-2019) focussen we op vier thema’s die de weg wijzen binnen een bijzonder en complex domein, dat bovendien volop in beweging is:

  1.      Zorgvriendelijke buurt
  2.      Zelforganisatie in de zorg
  3.      Smart zorgen
  4.      Participeren in de samenleving, werk en inkomen

De thema’s zijn mede gebaseerd op de uitkomsten van een brainstormbijeenkomst met een grote groep betrokkenen en potentiële partners, zoals sociale huisvesting, verschillende bedrijven, werkgevers, GGD en Ouderenvriendelijk Amsterdam in juni 2016. We beschrijven ze hieronder wat uitgebreider.

1.       Zorgvriendelijke buurt – Zorgen voor elkaar?

Onderlinge verbindingen tussen mensen zijn én belangrijk én lastig te leggen. Vooral in buurten die heel etnisch divers zijn, vaak ook economisch zwakkere buurten, zijn er volgens survey onderzoek minder hulprelaties tussen buren. Ook laat onderzoek naar informele hulp zien dat er grenzen zijn aan de betrokkenheid van buren als het gaat om zorg.

Toch zeggen mensen dat ze best wat meer willen doen. De ‘participatie-samenleving’, gekoppeld aan verplichtingen en bezuinigingen, wekt behoorlijk wat burgerweerstand. Maar burgers, ook in de grote stad, zijn een stuk enthousiaster als het gaat over ‘iets voor een ander doen’. Dat is van belang omdat de overheid steeds meer het belang van informele netwerken benadrukt en kwetsbare mensen, mensen met een mentale of psychische beperking, de buurt heel belangrijk vinden. Het maakt voor hen veel uit als ze soms een praatje kunnen maken en ze zich geborgen voelen in hun straat.

1.1.     Onderzoek in twee wijken van vergelijkbare omvang

In dit programma doen we onderzoek naar ‘zorgen voor elkaar’ in twee buurtcombinaties die qua bewoners (etnisch, sociaal-economisch) verschillen. Aan de hand van gesprekken met bewoners, verschillende partijen in een buurt, een schouw, (groeps)gesprekken, cliënten GGZ, fotoreportages of filmpjes, maken we een staalkaart van de ‘zorgvriendelijkheid’ in die buurten. We brengen good practices in kaart, en we inventariseren behoeften, wensen en grenzen van bewoners. In de periode oktober-januari is voorbe-reidend onderzoek gedaan naar de meest geschikte wijken. In februari wordt een definitieve keuze gemaakt.

2.       Zelforganisaties in zorg en welzijn

2.1.     Achtergrond

Steeds vaker nemen burgers zelf het initiatief om voor elkaar te zorgen, in de vorm van burennetwerken, vrijwilligersorganisaties of in een zorgcoöperatie. Inmiddels zijn – mede door de vele ontwikkelingen in het sociaal domein (Wmo, decentralisatie van de zorg, participatiewet) – veel nieuwe initiatieven van zelforganisatie ontstaan, binnen het hele sociaal domein. Het onderscheid tussen zorg (cure) en welzijn (care) vervaagt. De cliënt c.q. burger wordt in bredere context gezien (denk aan de sociale wijkteams, aanpak multi-probleemgezinnen) en andere leefdomeinen dan zorg worden meegewogen; zoals meedoen, werk en inkomen. Zo zijn er alleen in Amsterdam al ongeveer twintig zorgcoöperaties (‘stadsdorpen’) bekend. Ze worden vaak opgericht door mensen die meer voor anderen willen doen of die greep willen hebben op hun eigen (toekomstige) zorg[1]. Zulke zelforganisaties bevinden zich tussen de persoonlijke sfeer van mantelzorg door partner, familie of vrienden en de formele, betaalde zorg vanuit professionele instellingen.

Omdat ze deel zijn van de dagelijkse leefwereld van burgers kunnen zelforganisaties een belangrijke bijdrage leveren aan een zorgvriendelijke stad. Kunnen ze die belofte ook waarmaken? En wat is daar voor nodig? Verschillende onderzoeksthema’s zijn hierbij van belang[2]:

  • De duurzaamheid en continuïteit van de zelforganisaties
  • De samenwerking met mantelzorg en met formele zorg
  • De relatie met financiers (gemeente, verzekeraars) (in het geval van coöperaties)
  • Inclusie en ongelijkheid

2.2.     Onderzoeksplannen

a) Vergelijkende casestudie naar participatie en inspraak van patiënten

Met de Patiëntenfederatie onderzoeken we de mogelijkheid van een vergelijkende casestudie naar participatie en inspraak van patiënten in hun eigen kwaliteit van leven. Amsterdam Noord (weinig georganiseerd) en Amersfoort (actieve zorgcoöperatie) zouden vergeleken worden, eventueel ook Drechtsteden. Er loopt nu een literatuurstudie met fondsen van het Talma Instituut (VU). Uitvoering: Fleur Thomese en Ludo Glimmerveen.

b) Verkennen onderzoeksvragen bij VWS

3.       Smart zorgen

3.1.    Dementievriendelijke wijk in Zuid (Buitenveldert)

In januari 2017 is een vooronderzoek gestart in Buitenveldert rondom het winkelcentrum Gelderlandplein. We onderzoeken de haalbaarheid van het versterken van een ‘dementievriendelijke wijk’, met nadruk op het verbeteren van de opbrengsten van bestaande inspanningen door slimme oplossingen met of zonder ICT. We onderzoeken welke lokale partners (ondernemersvereniging, openbaar vervoer, dementieketen, stadsdorp, winkeliers, Huis van de Wijk, eerstelijn) rondom dit thema betrokken kunnen worden. We formuleren de onderzoeksdefinitie en de concrete opbrengstverwachting in nauwe samenwerking met burgers (co-researchers) en betrokkenen. We werken voor dit deelproject samen met het programma ‘Langdurige zorg en dementie’ van professor Anne Mei Thé van het Ben Sajetcentrum.

Het aantal mensen met dementie dat zelfstandig woont, zal sterk toenemen door de verwachte toename van de prevalentie van dementie en doordat de indicatie voor intramurale verzorging steeds meer wordt uitgesteld. Door deze stijging zullen mensen met dementie en hun mantelzorgers sterker aanwezig zijn in de leef- en woonomgeving. Om hieraan tegemoet te komen, ontstaan er verschillende initiatieven om de leefomgeving dementievriendelijker te maken.

Zulke initiatieven zijn doorgaans gericht op combinaties van opvang voor personen met dementie, ondersteuning van mantelzorg en het inschakelen of trainen van derden (winkeliers, vervoerders, buurtgenoten) bij het omgaan met ongewoon gedrag van mensen met dementie en het bewaken van hun veiligheid. Uitgangspunten zijn een omgeving te creëren waarin mensen met dementie zich zo vrij mogelijk kunnen bewegen zonder dat dit de mantelzorg en de sociale omgeving (buurtgenoten, ondernemers, aanbieders van zorg en welzijn, vervoerders) meer belast dan zij wenselijk vinden.

3.1.1.     Mogelijke onderzoeksvragen

Er doen zich twee vraagstukken voor waarvoor e-health slimme oplossingen kan bieden.

a) Een dementievriendelijke omgeving vraagt om coördinatie van kennis over individuen

Om een oogje te houden op mensen die (ver)dwalen zijn personen in de omgeving van grote waarde. Vooral ‘vaste’ personen die de mensen met dementie kennen of weten waar ze naar toe gaan of waar ze wonen, kunnen een grote bijdrage leveren. De directe woonomgeving kent veel van zulke personen die nog niet heel veel worden ingeschakeld, zoals winkelpersoneel, bestuurders van openbaar vervoer, postbodes en buren. Er zijn al trainingen voor winkelpersoneel en bestuurders van openbaar vervoer die er mede op zijn gericht hier op in te spelen. Als deze herkenning kan worden uitgebreid, ontlast dit de mantelzorg en formele zorg in aanzienlijke mate. Het is belangrijk dat zulke diensten effectief zijn en goed aansluiten op de zorg- en dienstverlening die er al is: waar kunnen de signalen naar toe en hoe kan dat op een manier die ondersteunend is voor de mensen met dementie en hun verzorgers?

b) Een dementievriendelijke omgeving is herkenbaar voor verschillende individuen

Mensen met dementie zijn vaak zeer gevoelig voor verandering in hun omgeving. Er zijn verschillende eisen en mogelijkheden om de omgeving zo in te richten dat dwalen of storend gedrag minder worden uitgelokt[3]. Een probleem is hierbij, dat mensen sterk kunnen verschillen in hun oriëntatiepunten en in hun ruimtegebruik. Bovendien moeten openbare ruimtes ook aantrekkelijk en geschikt blijven voor andere gebruikers dan mensen met dementie. ICT en, breder, ruimtelijk ontwerp, biedt mogelijkheden om aan deze eisen tegemoet te komen, door gepersonaliseerde en aantrekkelijke toepassingen.

Een voorbeeld is het project BAMBEA, waar gepersonaliseerde informatie aan de omgeving wordt gekoppeld. In dit geval gaat het om route-informatie voor sporters in een park[4]. Mogelijk is zo’n toepassing ook geschikt te maken om mensen met dementie te helpen oriënteren, of zijn er andere mogelijkheden om de omgeving zo te personaliseren of vertrouwd te maken dat mensen met dementie er makkelijk hun weg blijven kunnen vinden.

4.       Participeren in de samenleving, werk en inkomen

Een belangrijke focus van ons programma is participeren, werk en inkomen. Zorgen voor elkaar kost tijd en geld. Combineren van werk en zorg kent een aantal belangrijke randvoorwaarden. Mantelzorgers moeten gefaciliteerd worden door hun werkgever. Mensen met een beperking hebben vaak geen werk. De helft van de mensen in de bijstand heeft een beperking of zorgbehoefte; maar zeker ook een participatiebehoefte.

4.1.    Samen redzaam?[5]

Vanaf oktober 2016 wordt in het kader van ‘De zorgvriendelijke stad’ etnografisch onderzoek gedaan onder een twintigtal hulpbehoevenden en verstandelijk beperkten die behoefte hebben aan méér contact met anderen dan ze nu hebben. Het onderzoek volgt een samenwerkingsproject van Stichting Prisma, De Regenboog Groep, Team Ed en Stichting de Toekomst dat als doel heeft mensen met verschillende beperkingen, leeftijden en achtergronden, toe te leiden naar een informeel netwerk dat in deze behoefte voorziet. Het informele burennetwerk moet daarmee professionele zorg, waar mogelijk, overbodig maken. In het onderzoek wordt onder andere onderzocht of hulpbehoevenden, die behoefte hebben aan meer contact met anderen, de weg naar het informele netwerk weten te vinden, hoe het informeel burennetwerk in praktische zin functioneert en hoe de hulpbehoevenden de deelname aan een burennetwerk ervaren en of zij daardoor minder behoefte hebben aan professionele hulp. Het onderzoek vindt plaats in de periode oktober 2016 tot juni 2017 en wordt verricht door Fenneke Wekker (Universiteit van Amsterdam).

4.2.     Participatie: professionele dilemma’s en vernieuwende praktijken

Voor veel mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt zal betaald werk niet meteen in het verschiet liggen en misschien wel nooit. Toch is participatie in de samenleving wenselijk. Dit zorgt voor heel wat vragen, waar vooral gemeenten tegenaan lopen. Voor de Gemeente Amsterdam onderzoekt prof. dr. Monique Kremer samen met het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken (Marcel Ham) hoe participatie van bijstandsontvangers te verbeteren. Vragen zijn: welke vormen van participatie zijn mogelijk en wenselijk? In hoeverre kunnen de klantmanagers in de Bijstand daarin een rol spelen? Hoe kan de gemeentelijke sociale dienst ook beter samenwerken met andere domeinen om participatie te bevorderen? In het kader van dit project is een ronde tafelconferentie met experts georganiseerd, vindt desk research plaats naar wetenschappelijke inzichten, worden verschillende innovatieve gemeenten in Nederland onder de loep genomen en wordt een kijkje genomen bij Scandinavische praktijken. Looptijd: december 2016- september 2017. In samenwerking met Jelle van der Meer, drs. Marcel Ham en dr. Vasco Lub.

[1] Rosanna Schoorl & Aletta Winsemius (2015). Zorgcoöperaties in Nederland; De eerste studies in beeld. Utrecht: Movisie. Geraadpleegd 7-2-2017 op https://www.movisie.nl/sites/default/files/alfresco_files/Zorgcooperaties-in-Nederland-de-eerste-studies-in-beeld%20[MOV-6146438-1.0].pdf

[2] Rosanna Schoorl & Aletta Winsemius (2015). Zorgcoöperaties in Nederland De eerste studies in beeld. Utrecht: Movisie. Geraadpleegd 7-2-2017 op https://www.movisie.nl/sites/default/files/alfresco_files/Zorgcooperaties-in-Nederland-de-eerste-studies-in-beeld%20[MOV-6146438-1.0].pdf

[3] (http://www.colenberg.nl/dementievriendelijke-omgeving/

[4] http://www.digitallifecentre.nl/projecten/bambea.

[5] http://www.bensajetcentrum.nl/samen-redzaam

Wie zijn betrokken?

Kwartiermakers zijn: prof. dr. Monique Kremer, bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap, UvA, dr. Fleur Thomese, universitair hoofddocent Sociale Wetenschappen, VU. Wil je/jouw organisatie graag een bijdrage leveren aan onderzoek of praktijk? Neem dan contact op met Geertje Henrichs.

geertje@bensajetcentrum.nl  0642746496